1 + 1 = ... veel. Over het fokken van konijnen wordt vaak te lichtvaardig gedacht. Reden voor de vereniging om over een tijdje FOKKEN VOOR DUMMY'S te publiceren. De fok is een zeer complexe toestand, die staat of valt met inzicht in de genetica (erfelijkheid), maar alvorens je hier op toe te leggen, moet je je wel afvragen of je de verantwoording wilt dragen voor wat je op de wereld brengt. Goede fokkers worden zeker met open armen ontvangen, want onze vereniging telt maar een handjevol fokkers, maar wie zomaar eens een nestje wil zien opgroeien, moet beseffen dat opgroeien inderdaad wel zal gebeuren en dat al deze dieren een goed tehuis moeten krijgen. Goede voedsters kunnen beter worden gebruikt om het ras te laten voortbestaan en te verbeteren, dan ze hiervoor, door onzinnig fokken, verloren te laten gaan. Dat is immers de doelstelling waarmee onze vereniging in 1922 werd opgericht. Teveel "zomaar nestjes" zullen de kwaliteit van de Nederlandse angora niet
ten goede komen en doen het ras meer kwaad dan goed. Daarnaast kan, door minder goede
kruisingen, het onderhoud van de vacht problematisch worden en ook hier is niemand bij
gebaat. Integendeel !
In de natuur kan een voedster binnen een jaar moeder en grootmoeder worden en vaak zijn ze tijdens de dracht al zwanger van het volgende nest ! Wilde konijnen zullen daarom niet zo lang meegaan en worden gemiddeld slechts 2 jaar oud. Maar .... het konijn kent ook andere trucs ! Zijn de omstandigheden niet ideaal, is de babykamer nog niet klaar of voelt het beest zich gewoon niet happy, dan kun je"stapelen" wat je wilt, er zullen geen jongen komen. Gekker nog, een konijn dat drachtig is, kan de vruchten gewoon weer laten verdwijnen als het achteraf toch niet zon goed idee was. Dit verschijnsel wordt resorptie genoemd. Het geheim van een goede fokker is de keuze van de echtgenoot. Denk hier niet te lichtvaardig over !
Er was eens een hele lelijke man met een IQ waar je U tegen zegt. Hij had bedacht dat als hij nu eens met een mooie vrouw zou trouwen, hij schitterende briljante kinderen zou krijgen. Zo gedacht, zo gedaan; de vrouw was erg dom, maar beeldschoon en de kinderen werden oerlelijk en ... oliedom. Zo slim was hij dus niet, want dit zijn de wetten van de genetica. Andersom had ook gekund: wat je erin stopt, haal je eruit. De fok begint met een voedster van goede kwaliteit en een leeftijd van ongeveer een jaar. Een voedster, die de leeftijd van een jaar allang gepasseerd is, voor het eerst laten jongen, is vragen om problemen ! Ze moet in optimale conditie zijn en in geen geval te dik. Te dikke konijnen zullen maar moeilijk "opnemen" en het risico op complicaties bij de geboorte is groot. Ook het bekken moet breed genoeg zijn; je hand moet ruim achter haar benen passen. Bekijk je konijn goed ! Wat zijn haar kwaliteiten, wat haar tekortkomingen ?Je moet ze kunnen vinden, want niemand is perfect ! Verlovingen tussen 2 dieren met dezelfde tekortkomingen zijn "not done" ( niet doen !). Om goed te kunnen oordelen, moet je weten wat de vereiste raskenmerken zijn. Deze zijn vastgelegd in de "Standaard", die wordt uitgegeven door de Nederlandse Konijnenfokkers Bond. Alle dieren moeten deze kenmerken zo dicht mogelijk benaderen. Voor beginners is het eigenlijk onmogelijk om een goed oordeel te kunnen vellen, want je kunt pas oordelen als je hebt kunnen vergelijken. Onze ervaren fokkers zullen je graag advies geven en je krijgt gelijk een schat aan ervaring cadeau ! De gouden regel voor de fok luidt: Wat heb je ? Wat wil je bereiken ? Wat heb je daar voor nodig ? Op die gronden wordt de perfecte echtgenoot gekozen en dat is moeilijk, want ook hij bestaat niet. Als het een goede "match" was, is de kans op mooie, veelbelovende kinderen groot en zij zijn de troonopvolgers. Wil je een eigen stam opbouwen, dan zul je moeten intelen, maar niet te vaak. "Vers bloed" moet steeds worden ingevoerd en in de praktijk betekent dit dat je afhankelijk bent van andere fokkers en maar moet hopen dat zij zorgvuldig fokken of ûberhaupt iets voor je hebben. Doe je dat niet, dan kun je het een jaar of 2 uitzingen, maar daarna loop je geheid stuk. Samengevat kun je stellen dat iedereen wel ergens een genetische afwijking heeft. De kans om een partner te treffen met dezelfde afwijking is zoiets als het winnen van de lotto. Maar .... is het je neef of nicht, dan wordt de kans juist groot. Om deze reden hebben we in een donkergrijs verleden knettergekke koningen gekend; de royalty was aan elkaar verwant en trouwde niet buiten de grote Europese familie. Ga je maar lang genoeg door met zowel de goede trekjes als de afwijkingen door inteelt te versterken, dan zullen ze op een gegeven moment naar buiten komen. De populaire hondenrassen zijn hiervan een mooi voorbeeld. De dames/heren broodfokkers hebben kans gezien om binnen sommige rassen op den duur dieren te fokken, die echt niet spoorden en levensgevaarlijk werden. Een zelfde verhaal geldt voor konijnen.
Bij de angora komt er nog een aspect bij: de vacht. Voorbeelden te over hoe het niet moet: Veel mensen vinden het leuk om af & toe een nestje te fokken, zonder zich ervan bewust te zijn wat men nu eigenlijk op de wereld schopt. Bij gebrek aan bijpassende echtgenoot, worden vaak andere rassen ingekruist en zo ontstaan de "kruising-angorakonijntjes" en andere aparte creaties, die in veel dierenwinkels tegen hoge bedragen worden aangeboden. Helaas beseft men niet wat dit voor consequenties kan hebben ... Binnen onze vereniging worden raszuivere angoras gefokt met goede vachten, die gemakkelijk te onderhouden zijn. Er wordt speciaal gelet op de structuur van de vacht, die bestaat uit granharen, bijharen en wolharen in de juiste verhouding. Zou men dat niet doen, dan kan er een angora ontstaan met een vacht die haast niet te onderhouden valt en al bij geringe lengte zal vervilten. Regelmatig krijgt onze vereniging verzoeken om hulp bij het ontvilten van zulke hybriden. De vachtstructuur is om zeep en de nieuwe creaties zitten al op zeer jonge leeftijd in het vilt. Het onderhoud zal altijd een doffe ellende blijven voor zowel het dier als voor de eigenaar. Anderzijds komt het ook voor dat het dier, net als de normaalharige ouder zal verharen en is er van de lange lokken na de 1e rui niks meer over. In een evt. volgende generatie kan de langhaarfactor echter weer opduiken. Wil je met angoras fokken, fok dan raszuivere angoras !! Ook voor fokadviezen kun je bij de vereniging terecht.
Voor wie een goed paartje heeft gevonden, volgen hier onze geheime recepten: Nog voor de verkering moet de kraamkamer worden ingericht. Deze moet royaler zijn dan het gewone verblijf; min. 100 x 80 cm. Een dubbel hok, waarin een schot kan worden geplaatst om er 2 hokken van te maken, is ideaal. Als de kindertjes voorspoedig opgroeien, kan er een lat tussen de sleuven worden geplaatst. Eroverheen springen is goede gymnastiek voor de kleintjes. Is de tijd daar om moeder & kinderen te scheiden ( moeders is ze dan meestal spuugzat ), dan verdeelt men het hok met een schot in tweeën en hoeft er nog niemand te verhuizen. Te jong verkassen leidt meestal tot gewichtsverlies. Waar denk je de gewenste jongen te laten? Angoras horen niet in de dierenwinkel
thuis of je moet er een kaartje met de gebruiksaanwijzing aan hangen. Zeker weten dat je voldoende hokken hebt en dat er genoeg goede adressen beschikbaar zijn voor het evt. te veel aan jongen, is een MUST voor je maar aan seks gaat denken. Serieuze fokkers van raskonijnen, moeten zich als lid aanmelden bij een kleindierensportvereniging, omdat de tatoeëerder aan zon vereniging is verbonden. Je dient dan ook lid te worden van de K.L.N. ( Kleindier Liefhebbers Nederland- onze vereniging is hier als speciaalclub aangesloten -) om de fokkerskaart te kunnen bemachtigen. En zonder fokkerskaart mag er niet gefokt worden. Tenminste niet officieel. Bij het tatoeëren worden de dekbewijzen ingevuld met daarop de tattoos van het vader- en moederkonijn.Plan de verkering in het goede seizoen ! Het voorjaar is DE tijd, maar het mag niet bitter koud zijn als het dier buiten woont en hittebestendig zijn konijnen allerminst. De voedster moet worden geknipt. Bewaar evt. een beetje wol voor in het nest. Binnen 2 dagen zal ze "rammig" worden en krijgen de geslachtsdelen een rode kleur. Dit betekent dat ze maar al te graag met de ram wil verkeren. Vindt het rendez-vous in het hok plaats, zet de voedster dan bij de ram. Als de ram bij de voedster op bezoek komt, is de kans groot dat hij deze nieuwe omgeving eerst tot zijn territorium zal willen verklaren. Je hoeft ze niet voor te lichten, maar let op of de voedster zin heeft. Grijp in voordat je onwillige voedster de ram kan fileren of ontmannen. Houd dan maar op en troost de ram, want de kans op nakomelingen is gering. Een dekking kan bestaan uit verschillende oefeningen van de ram en is pas voltooid
wanneer hij zich knorrend van de voedster af laat vallen.
De dracht duurt meestal 31 dagen. Wordt dit veel langer, bereid je dan voor op evt. problemen bij de bevalling, want vaak kun je dan rekenen op grote jongen. Is het konijn duidelijk drachtig en over tijd, ga dan na de 33e dag naar de dierenarts. Het hok wordt voorzien van een dikke laag stro. Maak de wc steeds schoon, maar ruim nooit het hele nest op. Plaats het schot in het dubbele hok en verwijder dat pas als de jongen 4 weken oud zijn, want in een te groot hok kunnen ze "verdwalen". Nesthokjes kunnen, behalve vies, ook heel warm worden. Gebruik ze niet, want de kans op ziekten (coccidiose) is groot. Vaak is maar moeilijk te zien of een voedster drachtig is ( voor een leek is het beslist af te raden om te voelen ), maar je zult het ongetwijfeld merken. De voedster zal met stro gaan slepen om de wieg in te richten en ze zal wol plukken
voor de stoffering daarvan, vooral van de borst. Heeft ze niet geplukt en zijn de jongen
geboren, pluk dan heel voorzichtig wat wol weg rond haar tepels. Hierdoor zal ook de
melkproductie op gang komen. Leg evt. nog wat wol van de laatste knipbeurt in het nest,
maar knip het fijn, want de jongen kunnen zich door te lange draden wol wurgen. Plukt de
voedster al binnen14 dagen na de dekking dan is zij schijnzwanger.
Wist je dat de meeste konijntjes ongeveer een uur voor hoog water worden geboren ? De bevalling verloopt meestal vlot. De moeder eet de nageboorten op. Controleer het nest voorzichtig op nageboorten en/of dode jongen. Een drie- of vierling is ideaal. Kleinere nesten zorgen voor spannende bevallingen, omdat de jongen meestal groter zullen zijn. 5 jongen gaat nog, maar als de nesten groter zijn, dan zul je vervelende beslissingen moeten nemen. Natuurlijk is het gepresteerd en hangt één en ander ook af van de conditie van de moeder, maar het zogen vergt meer dan de dracht. Teveel hongerige kinderen kunnen de weerstand van de voedster ondermijnen en haar vatbaarder maken voor complicaties achteraf. Ook de jongen zullen achterblijven in gewicht. Bij echt grote nesten loop je het risico alle jongen te verliezen. Ga je jongen verwijderen, probeer dan een pleegmoeder te vinden, die een klein nestje heeft. Evt. bij collega-fokkers, al zal niet iedereen daar aan willen meewerken, want er is altijd een risico op overdracht van ziekten. Het ras is onbelangrijk, maar de pleegbroertjes en -zusjes moeten even oud zijn. Als "overleggen" in een ander nest niet mogelijk is, zul je baby'tjes moeten "opruimen". Laat dit snel & op "humane" wijze gebeuren, liefst door de dierenarts. Met de fles opvoeden is mogelijk, maar de kans van slagen is nihil. Dit zijn de risicos die je loopt bij het fokken. Hoe vervelend ook; de belangen van je voedster gaan in dit geval voor ! Krijgt de voedster moerziekte ( koorts, rillerig, voelt soms stijf aan ), ga dan SUBIET
naar de dierenarts !!! Deze zal het dier een calcium-injectie geven, waarna de symptomen
snel verdwijnen.
Als de worp 3 dagen oud is, wordt het rantsoen van de moeder langzaam verhoogd. Het jonge blad van de aardpeer of topinamboer (lat. HELIANTHUS TUBEROSUS) bevat veel eiwit en is goed voor het zog. Geef niet meer dan een blaadje per dag en voer dit altijd gemengd met iets anders. Zijn de tepels te sterk gezwollen, verminder dan de hoeveelheid voer ( lees: eiwit) drastisch. Te sterk gezwollen tepels zijn voor de voedster ook vaak een reden om de jongen niet te laten drinken. Ontstaat er toch een melkklierontsteking, waarbij de tepel hard en erg gezwollen aanvoelt, ga dan onmiddellijk naar de dierenarts om het juiste antibioticum. De jongen zullen meestal onrustig zijn en uit het nest proberen te klimmen.Ze kunnen ook piepen van de honger. Druk de melkklier voorzichtig leeg en houd die schoon met sodawater. De voedster kan weigeren om de jongen te laten drinken, dus zul je haar op schoot moeten nemen om te voeden. Laat de kinderen nooit aan de ontstoken tepel drinken. Bovendien zal de melk hierin bedorven zijn. Masseer na het drinken de buikjes om de stoelgang te stimuleren. ( Boertje hoeft niet ). Kannibalisme kan ontstaan door eiwitgebrek. Wil de voedster de jongen opeten, dan moeten die natuurlijk worden weggehaald. Leg ze, als het kan, bij een pleegmoeder en laat ze anders 2 keer per dag bij hun moeder drinken. Pas na 2 weken zal de moeder haar kinderen accepteren en kunnen ze terug naar haar hok. Bij voedsters, die last hebben van stuwing, omdat alle jongen zijn doodgegaan, kan men de tepels masseren met enkele druppels kamferspiritus. Niet teveel, want de huid kan erg uitdrogen. Na ca. 3 weken zullen de jongen een hapje gaan mee-eten, maar worden nog gezoogd. Als ze ca. 5 weken oud zijn, moeten ze leren wennen aan mensen om ze tam te maken. Besteed hier dagelijks de nodige aandacht aan. Laat ze ook vast kennis maken met de borstel. De kleintjes worden regelmatig gewogen. Het is handig om hier een staatje van bij te houden. De eerste verharing vindt plaats als de jongen 6 à 7 weken zijn. Ze zijn dan extra vatbaar voor ziekten als coccidiose. Een goede hygiëne is een vereiste. Het verdient aanbeveling een goed boek over konijnen in het algemeen te lezen ! (Zie
"meer info" voor aanbevolen literatuur).
Kleine konijntjes zijn sowieso erg kwetsbaar. Wees heel voorzichtig met zaken als groenvoer en geef zeker niet teveel. Sommige moeders voeden hun kinderen daadwerkelijk op en leren ze onder meer welk groenvoer eetbaar is en wat giftig, maar dan moeten ze zelf wel zo zijn opgevoed. Weet je dat niet zeker, neem dan geen enkel risico. Tot een leeftijd van 3 maanden mogen ze net zoveel eten als ze willen, maar ze moeten ook hun portie hooi opeten. Op de leeftijd van 7 à 8 weken worden ze getatoeëerd. Na 8 weken worden de jongen vatbaar voor de levensgevaarlijke ziekten myxomatose en V.H.S. (V.H.D., R.H.D.). Enten vanaf een leeftijd van 9 weken, tenzij eerder enten noodzakelijk is. 14 dagen wachten na enting met het ene middel, alvorens het andere middel toe te laten dienen. Na 8 à 9 weken worden moeder & kinderen gescheiden. Doe dit geleidelijk door de voedster overdag bij de jongen weg te halen of het schot in het dubbele hok te plaatsen. Na ongeveer een week wil ze ook s avonds niet meer terug en woont ze weer in haar eigen hok. Veel moeders worden knorrig en zijn hard aan hun rust toe. Gun haar die ook.
9 weken is de leeftijd waarop de jongen voor het eerst naar de kapper gaan. Er moet ca. 2 cm wol blijven zitten om het diertje niet teveel te laten afkoelen. Tijdig knippen is belangrijk, want de babyvacht is erg zacht en zal snel vervilten. Bovendien kan op deze leeftijd de "nieuwe vacht" al doorkomen. Knip, voor je aan de vacht begint, eerst een puntje van de nageltjes af, want die zijn vlijmscherp en de jongen watervlug. Door een hand bovenop het konijntje te leggen, belet je het om in de richting van je hoofd te vluchten. Omdat knippen een evenement is waar het konijntje aan moet wennen, moet je rustig en heel geduldig blijven. Zorg dat het jong niet in paniek raakt. Kleine konijntjes kunnen gaan happen in een poging om weg te komen. Neem het dier niet kwalijk en vertel het op luidere toon dat het daar mee op moet houden. Dat maakt indruk en zo krijgt het de eerste les in wellevendheid. Bange konijntjes kalmeer je door ze onder je arm of kleren te houden. In het donker zullen ze rustig worden. Sommige jongen kunnen zo panisch worden dat ze het op een gillen zetten ! Borstel na het knippen - of in de pauze als het dier echt gaat stressen- al het losse haar weg en geef het een volle ruif met hooi. Pas na 3 maanden kan een dier, als je dat nodig vindt, voorzichtig op een rooster worden gezet. Hierna is het konijn klaar om zijn toekomst tegemoet te gaan. Geef het, als het niet mag blijven, een goede start door het de beste baas te geven,
die je maar kunt vinden !
|